Posts tonen met het label Aforismen en gedachten by tancredo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aforismen en gedachten by tancredo. Alle posts tonen

vrijdag 3 december 2010


Er zijn van die momenten in het leven, waarop de motor begint te pruttelen bij een licht dat op groen springt. Is er een ergere verwarring dan te voelen dat die potentialiteit er is en tragisch het ontbreken te voelen van …?

dinsdag 15 juni 2010

De Belgische "potlatch"




Een potlatch is binnen de antropologie een term voor bijeenkomsten tussen stammen die worden georganiseerd door rivaliserende stamleiders bij Noord-Amerikaanse indianen, waarbij slaven worden doodgeknuppeld, grote hoeveelheden voedsel worden opgegeten en soms vernietigd, of andersoortige, vaak kostbare, geschenken worden gegeven, welke eveneens na afloop vaak vernietigd worden. De bedoeling is de rivaal tot een gelijksoortig feest te verplichten. Is deze daartoe niet in staat dan zal zijn stam aan prestige verliezen. In tijden van schaarste zal de stam dus zuinig moeten omgaan met voedsel, zoniet kan er geen potlatch georganiseerd worden. (Wikipedia)
In zijn ‘Essai sur le don’ stelt Mauss dat de gift (le don) een van de rotsen is waarop een maatschappij gebouwd is. Cultuur is ruil in de ruime zin van het woord, don et contre-don, waarvan de economische ruil een bijproduct is, de laatste schakel van een historisch proces.
In maatschappijen die we nu primitief noemen is er een allesomvattend voortdurend geven en teruggeven aan het werk. Het opvallende hiervan, zegt Mauss, is het vrijwillige gratuïte, vrije karakter ervan, dat echter tegelijk toch gedwongen en intéressé is. Men ruilt niet alleen goederen, maar de groepen, de clans, de families, de stammen, ruilen ook feesten, riten, militaire diensten, vrouwen, kinderen, dansen … het is een systeem van totale prestaties.
Deze verstrengeling van gift en tegengift dient begrepen te worden als de rots van de solidariteit, van de wederzijdse hulp, waarzonder een maatschappij niet kan bestaan. Het gaat dan over een zeer spontane vorm van wederzijdse hulp zoals ondermeer Marshall Sahlins die beschrijft bij de jagers- en verzamelaarsculturen. De groep staat in voor de individuen. Groepen zijn bereid om andere groepen bijstand te verlenen. Men weet dus dat men zal geholpen worden als men zelf behulpzaam is. Hulp brengt tegenhulp mee.
Een typische vorm van prestations totales, zegt Mauss, is de potlatch. Toch is deze potlatch een speciaal geval, namelijk de poging om de wederkerigheid te doorbreken, een vorm van rivaliteit en antagonisme. In de eerste plaats is de potlatch een zaak van de chefs, de rivaliteit betreft hen in de eerste instantie. Dat betekent evenwel niet dat de groep niet medeplichtig is. Maar we menen te zien dat het groepsbelang niettemin van het belang van de chefs verschilt – hoewel opvalt hoe de groep de “waarden” van de elite steeds weer bevestigt. We kunnen de potlatch zien als het rivaliteitsideaal van de elites.
Mauss zelf geeft hiervoor een indicatie. Als in Polynesië op een bepaald ogenblik de potlatch verdwijnt, dan komt dat, zegt Mauss, omdat door de installatie van een monarchie, een van de voornaamste condities wegvalt: de instabiliteit van een hiërarchie die de rivaliserende chefs precies door middel van de potlatch pogen vast te leggen.
De potlatch is de uiting van een rivaliteit die wil domineren en eer en glorie zoekt in de vernedering van de tegenpartij. De manier waarop dit gebeurt is wel speciaal, de potlatch is een perversie, waarbij de goederen van hun solidair gebruik weggetrokken worden om nog slechts te dienen als middelen voor de zelfbevestiging en zelfverheerlijking. De strijd door middel van de potlatch gaat gepaard met opwinding, met spanning, die bewust wordt gezocht. Wat men zoekt is prestige, rang, superioriteit.

Bert De Prins

donderdag 3 juni 2010

Leegte



In één van de werkjes die mijn studenten dit jaar schreven vond ik de volgende voetnoot:
“Pel je één voor één je lagen identiteit af, zoals bij een ui, dan tref je daar volgens de psychoanalye niets aan dan leegte. In onze kern treffen we geen schat, noch een parel aan, de mens is leeg in het diepst van zijn gedachten.
Als mensen er niet meer in slagen een identiteit te vormen en ‘leeg’ blijven, vallen ze vaak terug op hun lichaam. Een lichaam dat misschien moet spreken daar waar het subject zich in depressie terugtrekt. Het is niet te verwonderen dat de somatisatie steeds weliger tiert. En het lichaam sprak verder…En niemand die luisterde…”
In dit werkje wordt terecht het verband gelegd met het nihilisme en het ontbreken van identiteit dat ziekmakend is: “Sommige mensen kiezen ervoor een diagnose ‘aan te trekken’, als een mantel (der liefde). Ook dit werkt vaak identiteitsverlenend: ik ben CVS’er, ADHD’er voorziet iemand opnieuw van een identiteit, en nog liever deze negatieve identiteit dan helemaal geen identiteit.”
Anderzijds is er de terechte opmerking dat depressie tegelijkertijd symptoom en remedie is voor wat ik als filosoof ‘nihilsme’ noem: “Komt het erop neer nu niets in de wereld je nog aanspreekt, nu je in je depressiviteit verkiest niets meer te verlangen, dat je nu eindelijk kunt toekomen aan je eigen verlangens?”

Wat verstaat men eigenlijk onder de “leegte” die we volgens de psychoanalyse zouden aantreffen in de kern van de mens? Ik associeer dit met het boeddhistische concept van Leegte. In de kern van het boeddhistische inzicht is er een zekere niet-persoonlijke Fundamentele Realiteit, een oorspronkelijke Zin, een onverdeelde Eenheid. Het wordt aangetroffen in het concept van de Leegte, dat gelijkt op de Godheid van Eckhart en de Dharmakya. Dit beeld kan alleen gerealiseerd worden in de diepste mystieke ervaring, waarin alle beelden, alle processen, alle vormen, wegdeemsteren in een leeg ongedifferentieerd bewustzijn.
Leegte betekent in de Madhyamika conceptuele Leegte, d.w.z. dat het hier wel degelijk om iets positiefs gaat, dat we kunnen ervaren, maar niet conceptualiseren. Het concept Niets is geen negatie, maar dient gelezen te worden als niet-iets (no-thing), het is reëel, maar geen ding; en alleen dingen kunnen geconceptualiseerd worden. Men dient zich op de eerste plaats goed te realiseren dat er geen negatie van de fenomenaliteit kan bestaan, onder niet-fenomenaliteit kan niemand zich iets voorstellen, het is een ‘zwart gat’, waarover geen enkele uitspraak mogelijk is, en waarvan ook geen enkele ervaring kan bestaan. De fenomenaliteit komt niet allen tot ons als een wereld van zijn, en van dingen, die rationeel kunnen gecapteerd worden, maar ook als een beleving, die niet conceptualiseerbaar is, die tot uiting komt in de emotionalitiet die niet structureel beschrijfbaar is, alleen haar werking is conceptualiseerbaar. Ervaringen zijn alleen ervaarbaar. Het zijn geen analyseerbare ‘ietsen’ en ze zijn niet rationeel overdraagbaar. Zo is muziek zonder muzikale ervaring alleen maar lawaai, dat inderdaad analyseerbaar is, maar analyse van de ontroering is niet mogelijk, deze kan evenmin overgedragen worden, het is dan ook een conceptuele leegte. Die emotionele leegte wordt meestal als een volheid ervaren, ze vervult ons gemoed, maar mits ze altijd complementair gekoppeld is aan een rationele dimensie, is men zich meestal niet van deze conceptuele leegte bewust. Niets is (emotioneel) zo vol als de Leegte, niets is (conceptueel) zo Leeg als de Volheid.
Men kan deze Leegte op drie manieren benaderen.
Ten eerste als een negatief concept, het is het fameuze neti … neti ….noch … noch van de Upanishaden, het is de ‘omkering’ van de fenomenaliteit. Ten tweede is het een Mysterie, als een ongrijpbaar Niets aanwezig in de fenomenaliteit. Het is de boeddhistische idee dat elke golf in diepste wezen oceaan is, maar dat deze oceaan niet conceptualiseerbaar is. Het is de pan-theos die het ‘wezen’ van alle dingen is. Ten derde kan men het Niets idealiseren tot een autonoom Sunyata, een zee die ook los van de golven bestaat, of een God die zonder schepping of emanatie self-sufficïënt is.
Van de Japanse filosoof Nishida stamt het denkbeeld dat religies, zingevingen en culturen breekbare vlotten zijn die de mensen op open zee bouwen en waarop ze een tijdlang door de tijden drijven. De moderne mens in al zijn ‘nihilisme’ heeft in de roes van het creatieve werk, in de beheersing van de dingen en in de triomf over de voltooiing van het vlot de getijden en de open zee uit het oog verloren.
Bert De Prins

vrijdag 20 maart 2009

Spiritueel


Ik hou niet van het woord 'religieus'. Ik hou meer van het woord 'spiritueel'. Spiritueel is, wat in ons, geen genoegen neemt met de wereld, zich aan geen enkele wereld aanpast. Het is maar wanneer het spirituele verbleekt dat het 'religieus' wordt.

Sommige woorden van Christus zijn, althans voor mij, onverdraaglijk. Ik kan er niet aan. Ik weiger er aan te kunnen, omdat ik weet dat ik dan teveel moet opgeven. Het is daaraan dat ik de waarheid van die woorden herken, aan dat, wat er me daarin absoluut niet 'aanstaat'.

tancredo infrasonic

zaterdag 21 februari 2009

Narcissus in de Club Méditerranée


Wat doet er uiteindelijk onze maatschappij bewegen, niet de liefde, maar het geld, het belang, de machtsverhoudingen en de krachtsverhoudingen, het egoïsme, het narcissisme. Dat is de waarheid over het sociale leven. Het is het grote beest van Plato geleid door de Leviathan van Hobbes, de angst in dienst van het belang, de macht in dienst van de egoïsmes. Zo is het, en het heeft weinig zin om zich daarover te ergeren. Iedereen profiteert ervan, maar niet allen op dezelfde wijze en in dezelfde mate. Meestal gaat het egoïsme en het sociale hand in hand. Als mensen werken, hun belastingen betalen en min of meer de wet respecteren is dat uit egoïsme, bijna altijd en enkel uit egoïsme, meestal, en dat is Narcissus in de Club Méditerranée. Omgekeerd veronderstelt moed hebben en ware liefde, zelfs in dienst van de maatschappij, die luciede houding t.a.v. zichzelf die het tegendeel is van het narcissisme (wat geen verhouding is tot zichzelf, maar tot zijn imago door bemiddeling van de blik van de ander) die ik de eenzaamheid noem. Eenzaamheid en generositeit gaan ook samen. Hoe kan men met een ander leven als men niet met zichzelf kan leven? Diegene die zijn eigen eenzaamheid niet kan bewonen, hoe kan hij die van de anderen doorlopen?

Narcissus houdt niet van de eenzaamheid en dat is begrijpelijk. De eenzaamheid stelt hem voor het aangezicht van zijn niets, waarin hij zich verdrinkt.
Wat wij meestal doen is heen en weer gaan tussen twee extremen, min of meer narcistisch, min of meer eenzaam naargelang de momenten en omstandigheden van het leven. Maar iedereen weet goed genoeg naar welke zijde de maatschappij ons duwt, vooral vandaag, het is geen toeval dat we in een consumptiemaatschappij leven, en waartoe de eenzaamheid ons oproept.

“De kenmerkende eigenschap van de hoogindustriële samenleving is dat zij doeltreffend die behoeften verstikt welke bevrijding opeisen – bevrijding ook van datgene wat draaglijk, lonend en plezierig is – en tegelijkertijd de destructieve kracht en de repressieve functie van de welvaartmaatschappij vrijspreekt en ondersteunt … Vrije keuze tussen een grote verscheidenheid van goederen en diensten betekent geen vrijheid, indien deze goederen en diensten een netwerk van sociale controle over een leven van zware arbeid en angst uitspannen – d.w.z. als zij vervreemding in stand houden.”
[Herbert Marcuse, De ééndimensionale mens]

Men hoort heden, overal, de loftrompet over de ondernemers, de carrièremakers uit de zakenwereld. Men vergeet maar al te vlug dat diegene die heerst over de dingen, steeds en altijd moet beginnen te heersen over de anderen, de mensen die die dingen fabriceren. Triomferen in de zaken is altijd triomferen over anderen, zich verrijken met hun nederlaag.
Als alles goed gaat krijgt men een plaatsje in een bureau, een fabriek of zo; als het slecht gaat in het hospitaal, de instelling of de gevangenis.

“Immers, het vermogen om de rebellerende verbeelding en pogingen daartoe in te kapselen en te manipuleren is een integrerend deel van de gegeven samenleving”
[Herbert Marcuse, De ééndimensionale mens]

tancredo infrasonic

donderdag 19 februari 2009

Liefde en seksualiteit



Men zou de woorden van Cesare Pavese tot zich moeten laten doordringen daar waar hij schrijft over seksualiteit in zijn dagboek om dan wat hij zegt volledig dialectisch om te keren en elke ‘act of shame’ (zoals hij het zegt) met liefde bekijken, en de perversie uitspuwen.

“Dat het leven een strijd is om het leven dat ziet men goed in de seksuele relaties van mannen en vrouwen, waar ondanks alle corrigerende inspanningen van het ideaal van ridderlijkheid, ondanks de sociale eisen van het conformisme en ondanks alle onthouding, het onbetwistbaar blijft dat men de ander weigert als die het gevraagde en bevrijdende plezier niet geeft.
En men begrijpt de aangeboren en immer knagende eenzaamheid van eenieder wanneer men observeert hoe de gedachte dat een ander de daad verricht met een vrouw – met om het even welke vrouw – tot een nachtmerrie wordt, het beschamende bewust zijn van een oneerbare obsceniteit, de sluipende wens om dit te doen stoppen en, indien mogelijk, te vernielen. Kan men werkelijk tolereren dat een andere man – om het even welke man – met een andere vrouw – om het even welke vrouw – de ‘act of shame’ doet? Neen, duizend maal neen. En nochtans ligt ongetwijfeld daarin de centrale activiteit van het leven. Ziedaar de valsheid van al ons altruïsme. Hoe heilig we ook mogen zijn, weten dat een ander neukt wekt weerzin op en kwetst ons.”
[Cesare Pavese, Le métier de vivre, 15 XII 1937]


‘Post coïtum, omnes animal triste’ of zoals Schopenhauer het zegt: "na de liefdesdaad hoort men de duivel lachen", maar de duivel dat hij mag lachen in de hel !

tancredo infrasonic

donderdag 12 februari 2009

De kunst van de oorlogvoering


De mensen zijn opgehouden met leven om het overleven te verzekeren van een economie die verondersteld wordt garant te staan voor de overleving van de mens als soort. Zij hebben de natuur beroofd van haar grondstoffen die zij hen onbeperkt had kunnen schenken op voorwaarde van de grondstoffen te hernieuwen; zij hebben de natuurlijke grondstoffen verminkt zoals zij tezelfdertijd de vrouw en het kind verminkten en hun eigen menselijkheid.

Zij hebben, met de dorst naar winst en macht die hen vreemd maakte aan henzelf, de planeet geplunderd tot op de tolerantiedrempel waar voorbij er hen niets meer rest dan de waanzin van de zelfvernietiging of de beslissing zich te hercreëren.

De vooruitgang in de kunst en de wetenschap van de oorlogvoering is niets anders dan de regressieve vertaling van de wil te vechten om mens te worden.

De alomtegenwoordige vrije-markt plant een planetaire kerkhofvrede met geen ander geweld dan alles stilaan te verstikken onder de maliën van de rentabiliteit. Het is een door ingehouden woede toegestane en lucratieve dood.

tancredo infrasonic

dinsdag 10 februari 2009

De wind door de bremstruiken


“Je zal de liefde vinden, de dag dat je je zwakheid kan tonen zonder dat de andere daar gebruik van zal maken om zijn/haar macht te bevestigen.”
(C. Pavese, Le métier de vivre)

De wanhoop komt met het voorgevoel dat er nooit een antwoord is op liefde, dat liefde iets is als in een boek van Emily Brontë: een gek die over de bergen rent en in de bremstruiken slaapt, een door de wind in stukken gescheurd woord zonder echo. De mensen weten geen antwoord op dat woord. Je moet ze dat niet al te kwalijk nemen. Wie kan antwoorden op de wind die door de bremstruiken rent?

tancredo infrasonic


vrijdag 6 februari 2009

Afvalverwerking


Het is ongetwijfeld betekenisvol in de emblematische orde van een tijdperk dat de eerste winsten van een industrie op zoek naar nieuwe oriëntaties voortkomen uit afvalverwerking. De lijn van de vooruitgang loopt voortaan van de herverwerking van afval naar de herverwerking van de oude wereld als afval.

Wat een werk! Boven op de afvalberg die zonder ophouden werd vergroot door de winstgevende verspilling van oorspronkelijk gekoesterde goederen voegt zich nog de ophoping van wat ons bestaan heeft verziekt: de Staat, de bureaucratie, het leger, de politie, de kerk, het werk, de familie.

Voortspruitend uit een huwelijk tussen overconsumptie van waardeloze producten en de officieuze bevordering van de behoefte ze te kopen, heeft de tertiaire sector een bureaucratie gebaard die de actieve maatschappij parasiteert, haar verlammend met zijn financiële puncties.

Het essentiële volstaat niet meer voor het bestaan. Niet enkel heeft het comfort en de welvaart waarop het overleven rekende om haar verveling te verdoezelen de verwachtingen niet ingelost, maar uit die kunstmatige rijkdom waarmee het dagdagelijkse zich opsmukte ontstond een gevoel van geleefde armoede dat niets kan wegnemen tenzij het herontdekte en hergecreëerde leven.

Het bestaansminimum beperkt zich voortaan niet meer tot de middelen om zich te huisvesten, te voeden, te kleden, zich te verplaatsen, zich te onderwijzen, elkaar te ontmoeten. Het zal de gewoonte van het neo-kapitalisme moeten worden ons te verblijden met het accessoire.

Het zal ons de versheid van groenten en fruit teruggeven in plaats van chemische gewassen, de smaak van grazende runderen in plaats van gemartyriseerde koeien uit concentratiekwekerijen die als model staan voor de ordening van buitenwijken en scholen. Het zal de door immobiliënbelangen woekerende betonnen tumoren uit onze landschappen verwijderen en de kunst van het wonen heruitvinden. Het zal de lucht zuiveren van chemische en nucleaire giften. Het zal diegenen achter zich scharen die niet besloten hebben te sterven met een wereld die sterft. Maar van al die weldaden zal er slechts een immense ontgoocheling overblijven als we niet nu reeds leren gebruik te maken van wat de economie ons aan het meest vreedzame en krachtige biedt, dat wat onze verlangens onophoudelijk aanzet tot een meer menselijk leven. Tot die toestand van gelukzaligheid waarin het leven slechts overal leven creëert.

tancredo infrasonic

donderdag 5 februari 2009

Vrijheid


“Weet u dat er enorm veel mensen zijn die uitgerekend aan de ziekte lijden die hun gezondheid heet, dat wil zeggen aan hun grenzeloze zekerheid dat ze normale mensen zijn.”

[uit een brief van Dostojewski]

De wereld is alleen maar zo moorddadig omdat zij in handen is van mensen die begonnen zijn met zichzelf dood te maken, met in zich elk instinctief vertrouwen, elke vrijheid die ze van zichzelf uit hebben te smoren. Het verbaast me altijd hoe weinig vrijheid iedereen zichzelf gunt, die manier om met zijn adem tegen het vensterglas van de conventies te plakken, de wasem die dat veroorzaakt, de belemmering om te leven, om lief te hebben.

tancredo infrasonic

maandag 2 februari 2009

Ochtendlicht


Onze kennis berust grotendeels op het doden en het ontrukken aan de wereld. We moeten leren kennis vergaren door een andere benadering.

Dat wat een vallei, een poes, een gelukzalige blik, in de eenvoud van het leven aan schoonheid tonen is slechts een klein deeltje van de aantrekkingskracht die, voorbij de contemplatie, we op een dag zullen toekennen aan elk ogenblik van het bestaan, met dezelfde kunst en liefde zoals Turner het ochtendlicht uit nevelen liet doorbreken.

zondag 11 januari 2009

Conflict


Elk conflict vloeit voort uit het feit dat twee mensen elkaar nooit helemaal kunnen begrijpen – dat er oncommuniceerbare kanten aan een mens kunnen zijn. Vele mensen zijn zich niet of nauwelijks bewust van de werkelijke oorzaken van de beproevingen die het leven hen oplegt. Zij blijven eenzaam door het onvermogen een brug te slaan naar de ander, door wie hun hele leven soms wordt bepaald. Velen zijn niet verdrietig om dit onvermogen, zij leven gewoon verder, alsof dat punt van communicatie een onbelangrijke zaak is.

Het probleem van de mededeling of niet-mededeling van het verleden of het vreemde is dat het mij voor het dilemma plaatst: als ik het niet meedeel heb ik het gevoel de ander niet te benaderen; als ik het wel meedeel breng ik net het vreemde in het midden.

De basissituatie is dat problemen tussen de mensen ontstaan uit de moeilijkheid van het aanvaarden van die vreemdheid. Een oplossing is slechts mogelijk doordat ik de ander oproep zich in zijn eigen vreemdheid bloot te geven. Vanuit zichzelf kan de ander dat moeilijk door bovengenoemd dilemma van het zeggen of niet-zeggen. Waarom niet? Omdat het betekent dat de ander zich afhankelijk maakt. Net zoals ik mij afhankelijk maak. Nochtans, om iemand geven – toch om iemand geven vanuit de eigen beslissing – houdt in dat ik de voorwaarden moet aanvaarden waaronder dat mogelijk is. Het probleem en de tragiek van een streven naar zelfverwezenlijking zijn dat ik mij daardoor onafhankelijk wil op stellen. Het is een krankzinnige onafhankelijkheidsbehoefte waarin ik een verhouding wil en géén verhouding. Ik wil van iemand houden en tegelijk niet aanvaarden dat die is wie hij is.

donderdag 8 januari 2009

Wat is de liefde?


Wat is de liefde? Niemand weet het. Maar wat is niemand? Het is ieder van ons in het geheim van ons verborgen leven. De liefde richt zich tot ons in het meest intieme, tot wat, in ons meest intieme, zonder gezicht is, zonder vorm en zonder naam, niemand.

tancredo infrasonic

woensdag 7 januari 2009

Het leven is dat wat spreekt


Het leven vind ik in wat me onderbreekt, me de adem afsnijdt, me kwetst, me tegenspreekt. Het leven is dat wat spreekt wanneer men het verboden heeft te spreken, vooruitzichten en gedachten omvergooiend, me onttrekt aan de sombere gewoonte van met mezelf zijn.

tancredo infrasonic

Handen


J'ai horreur de tous les métiers. Maîtres et ouvriers, tous paysans, ignobles. La main à la plume vaut la main à charrue. Quel siècle à mains! Je n'aurai jamais ma main ...

[Arthur Rimbaud, une saison en enfer]

Alle metaforiek waarvan wij ons in onze taal bedienen vindt zijn grondslag in het menselijk lichaam. Zo is het woord 'begrijpen' metaforisch. Het is ontleend aan het pakken of grijpen van iets met de hand. Zonder een lichaam zouden we ook geen geest hebben die iets kan begrijpen. De mogelijkheden tot zelfinterpretatie die het lichaam biedt, zijn dus niet onverschillig voor ons zelfbeeld.

tancredo infrasonic

maandag 5 januari 2009

Wachten


Ik wacht, ik wacht reeds mijn ganse leven. Ik zal nog mijn ganse leven wachten. Ik kan niet zeggen waarop ik zo wacht. Ik weet niet wat er een einde aan kan maken aan zo’n lang wachten. Ik heb het ongeduld niet om tot dat einde te komen. Het heden wordt beleefd, vol beleefd, maar het is poreus, luchtig. Wat ik verwacht is niets dat kan komen vanuit de tijd. Ik kan me daarover niet uiteenzetten, uitleggen. Waarom moet men zich steeds uitleggen?

tancredo infrasonic

Een piste in de woestijn


Wanneer ascese vrijwillig is, kunnen we zes weken vasten (het volstaat water te drinken). Wanneer ze opgelegd is (honger), niet meer dan tien dagen. Reservoir van positieve energie.

Een vrouw op het terras van een café. Het ongedurig beestje van verlangen dat we meedragen verscholen in onze lenden, roert zich met een vreemde zachtheid. Ik verbeeld me dat iemand in het verre zuiden, zich op weg zet op het zelfde moment als ikzelf, en naar het noorden trekt, me tegemoet komend.

Is het dat niet het bestaan? Aan het begin van een woestijn vertrekken om iemand tegemoet te gaan van wie men niets weet. En als door een wonder van het toeval onze wegen niet te ver verwijderd liggen, kunnen we ons misschien inbeelden dat we elkaar in het zicht krijgen, en zelfs dat onze stappen zich zouden kruisen ... om elkaar te begroeten, te negeren, een paar woorden uit te wisselen alvorens terug op weg te gaan, met die laatste, die enige herinnering: een gezicht te hebben ontmoet op een piste in de woestijn, één enkel gezicht en daarmee leven ...

tancredo infrasonic

woensdag 31 december 2008

Vertrekken


Sartre zegt in Magie en Emotie:
“Wij vluchten niet om ons in veiligheid te brengen: wij vluchten omdat het ons niet mogelijk is ons in het flauwvallen te niet te doen. Vluchten is een gespeeld flauwvallen, een magisch gedrag, en wel het loochenen van het gevaarlijke object met heel ons lichaam, waarbij wij de vectoriele structuur van de ruimte waarin wij leven omkeren door onverhoeds een potentiële richting te scheppen, en wel de andere kant uit.”

Ik droom ervan te kunnen vertrekken. De vrije loop te nemen zoals de sterren in mijn innerlijke hemel. Vertrekken!

tancredo infrasonic

maandag 29 december 2008

De doctrine is als een vlot


"De doctrine is als een vlot" zei Boeddha, "éénmaal de stroom overgestoken, waarom dan nog het vlot meedragen op de rug? Laat het vlot achter aan de oevers, waar het kan dienen voor anderen; “jij” zal het niet meer nodig hebben". De meeste mensen construeren hun leven lang hun klein vlotje in de hoop het leven te verbeteren. Maar waar dient dat dan voor als het niet is om de stroom over te steken, of indien, éénmaal de stroom over ze het hun ganse leven als een last op hun schouders dragen? Hoevelen zijn er niet bezweken onder de last van hun systeem?

zondag 28 december 2008

De aarde onze tuin


We zouden van de dieren en planten kunnen leren wat we zelf hebben afgeleerd door het te koop stellen van onze intelligentie.
De aarde is onze tuin. Haar cultiveren voor het plezier van de zinnen en volgens het ritme van de seizoenen, die ook de seizoenen van het leven zijn, dat is het eeuwigdurende van onze werkzaamheid.

tancredo infrasonic