
De wiskundige Henri Poincaré illustreerde met de volgende passage de rol die intuïtie in het algemene proces van besluitvorming speelt:
“Wat is wiskundig scheppen eigenlijk? Het is niet het opnieuw combineren van wiskundige eenheden die we al kennen. Dat zou iedereen kunnen, maar op die manier zouden talloze combinaties gevormd kunnen worden en de meeste zouden nergens toe dienen. Scheppen bestaat nu juist uit het vermijden van nutteloze combinaties en uit het vormen van bruikbare combinaties, die veruit in de minderheid zijn. Ontdekken is scherpzinnig zijn, keuzes maken.
Hoe zo’n keuze tot stand komt, heb ik al uitgelegd: de wiskundige gegevens die het bestuderen waard zijn, zijn de gegevens die ons door hun overeenkomst met andere gegevens op het spoor van een wiskundige wet brengen, zoals experimentele gegevens ons op het spoor van een natuurkundige wet brengen. Het zijn de gegevens die een onverwacht verband tussen andere gegevens aan het licht brengen, die we allang kennen maar waarvan we altijd onterecht hebben aangenomen dat ze geen enkele verwantschap met elkaar hadden.
De meest vruchtbare combinaties voegen vaak elementen samen uit domeinen die ver uiteenliggen. Daarmee wil ik niet zeggen dat we, om een ontdekking te doen, alleen maar de meest ongelijksoortige objecten hoeven samen te brengen: de combinaties die op die manier ontstaan, blijken meestal volkomen onvruchtbaar te zijn. Maar onder deze combinaties vinden we, heel zelden, de vruchtbaarste.
Zoals ik zei, is ontdekken kiezen: maar het woord is misschien niet geheel juist. Het roept het beeld op van een inkoper voor wie een groot aantal artikelen zijn uitgestald, die hij stuk voor stuk bekijkt op uiteindelijk zijn keuze te maken. In ons geval zouden er zoveel artikelen zijn, dat er een heel leven voor nodig was om ze allemaal te bekijken. In feite gaat het anders. De onvruchtbare combinaties komen de ontdekker niet eens in gedachten. In het veld van zijn bewustzijn verschijnen nergens combinaties die niet echt bruikbaar zijn, afgezien van de enkele die hij verwerpt, maar die in zekere zin de eigenschappen van bruikbare combinaties hebben. Het gaat eraan toe alsof de ontdekker een examinator is die alleen kandidaten die de eerste examenronde al hebben gehaald, hoeft te ondervragen.”
[Henri Poincaré, Science et Méthode]
De natuurkundige en bioloog Leo Szillard stelde het eenvoudiger:
“De creatieve wetenschapper heeft veel gemeen met de kunstenaar en de dichter. Voor de wetenschapper zijn logisch denkvermogen en analytisch talent noodzakelijke attributen, maar voor creatief werk zijn ze bijlange na niet voldoende. De wetenschappelijke inzichten die tot een doorbraak hebben geleid, zijn niet logisch afgeleid uit reeds bestaande kennis: de creatieve processen waarop de vooruitgang van de wetenschap berust, werken op het niveau van het onbewuste.” (Leo Szilard, in Genius in the shadow)
Jonas Salk heeft dezelfde opvatting krachtig verwoord en geopperd dat creativiteit op een “huwelijk van de intuïtie en de rede” berust (Jonas Salk, The Anatomy of Reality).
[Antonio Damasio, De vergissing van Descartes: Gevoel, verstand en het menselijk brein]
Neem een ervaren brandweerman. Hoe vaak komt het niet voor dat hij in de hitte van het bluswerk plotseling een 'niet pluis-gevoel' krijgt en zichzelf in veiligheid brengt, vlak voordat het dak of de vloer instort. Hoe wist hij dat het precies op dat ogenblik zou gaan gebeuren, en niet eerder of later? 'Ik voelde het aankomen,' zal hij antwoorden. Of: 'Het was gewoon intuïtie.'
Maar volgens de Amerikaan David Myers, hoogleraar psychologie en deskundige op het terrein van de intuïtie, was het gewoon zijn onbewuste brein dat op grond van allerlei signalen, afgezet tegen jarenlang opgeslagen brandervaringen en risicocalculaties, heel precies het gevaar wist in te schatten en de brandweerman met lichamelijke signalen als angst en stress wist aan te sporen om te vluchten. Intuïtie is dus niets meer of minder dan een evolutionair hulpmiddel om te overleven. Het zit al grotendeels ingebouwd bij de geboorte, maar kan worden versterkt door ervaring.
Dat ingebouwde deel is terug te vinden in onze instinctieve reacties. Iedereen die in het bos oog in oog komt te staan met een groot woest dier weet instinctief dat er gevaar dreigt, zelf al is het de eerste keer dat zoiets gebeurt. Maar hoe zit het met die doodgewone man die je op het bospad tegemoet komt? Uit verschillende fascinerende onderzoeken blijkt dat onze hersenen in staat zijn om deze persoon binnen een fractie van een seconde op talloze details te 'scannen', de gegevens te vergelijken met opgeslagen herinneringen, ervaringen en gevoelens, en onbewust oftewel 'intuïtief' de beslissing te nemen of we hem kunnen vertrouwen of niet.






