Posts tonen met het label Herbert Marcuse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herbert Marcuse. Alle posts tonen

zaterdag 21 februari 2009

Narcissus in de Club Méditerranée


Wat doet er uiteindelijk onze maatschappij bewegen, niet de liefde, maar het geld, het belang, de machtsverhoudingen en de krachtsverhoudingen, het egoïsme, het narcissisme. Dat is de waarheid over het sociale leven. Het is het grote beest van Plato geleid door de Leviathan van Hobbes, de angst in dienst van het belang, de macht in dienst van de egoïsmes. Zo is het, en het heeft weinig zin om zich daarover te ergeren. Iedereen profiteert ervan, maar niet allen op dezelfde wijze en in dezelfde mate. Meestal gaat het egoïsme en het sociale hand in hand. Als mensen werken, hun belastingen betalen en min of meer de wet respecteren is dat uit egoïsme, bijna altijd en enkel uit egoïsme, meestal, en dat is Narcissus in de Club Méditerranée. Omgekeerd veronderstelt moed hebben en ware liefde, zelfs in dienst van de maatschappij, die luciede houding t.a.v. zichzelf die het tegendeel is van het narcissisme (wat geen verhouding is tot zichzelf, maar tot zijn imago door bemiddeling van de blik van de ander) die ik de eenzaamheid noem. Eenzaamheid en generositeit gaan ook samen. Hoe kan men met een ander leven als men niet met zichzelf kan leven? Diegene die zijn eigen eenzaamheid niet kan bewonen, hoe kan hij die van de anderen doorlopen?

Narcissus houdt niet van de eenzaamheid en dat is begrijpelijk. De eenzaamheid stelt hem voor het aangezicht van zijn niets, waarin hij zich verdrinkt.
Wat wij meestal doen is heen en weer gaan tussen twee extremen, min of meer narcistisch, min of meer eenzaam naargelang de momenten en omstandigheden van het leven. Maar iedereen weet goed genoeg naar welke zijde de maatschappij ons duwt, vooral vandaag, het is geen toeval dat we in een consumptiemaatschappij leven, en waartoe de eenzaamheid ons oproept.

“De kenmerkende eigenschap van de hoogindustriële samenleving is dat zij doeltreffend die behoeften verstikt welke bevrijding opeisen – bevrijding ook van datgene wat draaglijk, lonend en plezierig is – en tegelijkertijd de destructieve kracht en de repressieve functie van de welvaartmaatschappij vrijspreekt en ondersteunt … Vrije keuze tussen een grote verscheidenheid van goederen en diensten betekent geen vrijheid, indien deze goederen en diensten een netwerk van sociale controle over een leven van zware arbeid en angst uitspannen – d.w.z. als zij vervreemding in stand houden.”
[Herbert Marcuse, De ééndimensionale mens]

Men hoort heden, overal, de loftrompet over de ondernemers, de carrièremakers uit de zakenwereld. Men vergeet maar al te vlug dat diegene die heerst over de dingen, steeds en altijd moet beginnen te heersen over de anderen, de mensen die die dingen fabriceren. Triomferen in de zaken is altijd triomferen over anderen, zich verrijken met hun nederlaag.
Als alles goed gaat krijgt men een plaatsje in een bureau, een fabriek of zo; als het slecht gaat in het hospitaal, de instelling of de gevangenis.

“Immers, het vermogen om de rebellerende verbeelding en pogingen daartoe in te kapselen en te manipuleren is een integrerend deel van de gegeven samenleving”
[Herbert Marcuse, De ééndimensionale mens]

tancredo infrasonic

vrijdag 20 februari 2009

Het therapeutisch karakter van de filosofische analyse


Er ligt een sterke nadruk op het therapeutisch karakter van de filosofische analyse: het genezen van illusies, bedrog, duisterheden, onoplosbare raadsels, niet te beantwoorden vragen, van schimmen en spookbeelden. Wie is de patiënt? Op het eerste gezicht een bepaald soort intellectueel, wiens geest en taal zich niet conformeren aan de omgangstaal. Er ligt inderdaad een aardig stuk psychoanalyse in deze filosofie [de analytische positivistische taalfilosofie] – een analyse overigens zonder Freuds fundamentele inzicht, dat de kwaal van de patiënt zijn wortels heeft in een algemene ziekte die niet genezen kan worden door een analytische therapie. M.a.w., volgens Freud is de ziekte van de patiënt in zekere zin een protestreactie tegen de zieke wereld waarin hij leeft. Maar de arts moet het “morele” probleem buiten beschouwing laten. Hij moet de patiënt zijn gezondheid teruggeven, hem in staat stellen normaal in zijn wereld te functioneren. De filosoof is geen arts; het is niet zijn taak individuen te genezen, maar de wereld te begrijpen waarin ze leven, ze te begrijpen met het oog op datgene, wat ze de mens heeft aangedaan en wat ze de mens kan aandoen. Want filosofie is (historisch gezien – en haar geschiedenis is nog steeds van belang) het tegendeel van wat Wittgenstein beweerde dat ze is, toen hij verkondigde dat ze het opgeven van alle theorie is, de onderneming die “alles laat zoals het is”. En de filosofie kent geen nuttelozer “ontdekking” dan die, welke “vrede geeft aan de filosofie zodat ze niet meer gekweld wordt door vragen, die haarzelf in twijfel trekken.” Er bestaat geen slechter filosofisch motto dan Bishop Butlers uitspraak waarmee G.E. Moore’s “Principia Ethica” getooid is: “Alles is wat het is en niet iets anders” – tenzij het “is” wordt opgevat als een verwijzing naar het kwalitatieve verschil tussen datgene wat de dingen werkelijk zijn en dat wat ze gedwongen worden te zijn.

Herbert Marcuse, De ééndimensionale mens]